← Terug naar kennisbank

Republiek China (1912–heden)

Republiek China (1912–heden)
Geschiedenis van de TCM Moderne TCM in China

De Traditionele Chinese Geneeskunde in de Republiek China: van revolutie tot renaissance

De geschiedenis van de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) in de twintigste eeuw is onlosmakelijk verbonden met de politieke en maatschappelijke omwentelingen die China in die periode heeft doorgemaakt. Wat begon als een poging tot modernisering en hervorming, mondde uit in decennia van onderdrukking, collectief geweld en culturele vernietiging — en uiteindelijk in een voorzichtige maar gestage rehabilitatie van de oude geneeskunst. Om de moderne TCM te begrijpen, moet men de turbulente geschiedenis van de Republiek China kennen.

Het begin van een nieuw tijdperk: hervormingen en weerstand

Met het uitroepen van de Republiek China in 1912 brak een nieuwe fase aan in de Chinese geschiedenis. Het keizerrijk, dat millennia had standgehouden, maakte plaats voor een modern bestuur dat zich oriënteerde op westerse politieke en wetenschappelijke ideeën. Deze moderniseringsdrang had directe gevolgen voor de geneeskunde. Westerse medici en beleidsmakers pleitten voor de afschaffing van de TCM, die zij als onwetenschappelijk en archaïsch beschouwden. Er werden zelfs concrete pogingen ondernomen om de praktijk van traditionele geneeskunde wettelijk te verbieden.

Toch bleek de TCM veerkrachtig. Mede dankzij massaal verzet vanuit de bevolking en de praktiserende artsen bleef de traditionele geneeskunde in gebruik, zij het in een kwetsbare positie. Het spanningsveld tussen oosterse en westerse geneeskunde dat in deze periode ontstond, zou de gehele twintigste eeuw blijven voortbestaan.

Mao Zedong en de Volksrepubliek China: een dubbelzinnige erfenis

Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong de Volksrepubliek China uit. Zijn bewind zou een ongekende stempel drukken op het land en op de geneeskunde. In eerste instantie rehabiliteerde Mao de TCM uit pragmatische overwegingen: er waren simpelweg onvoldoende westerse artsen om de enorme bevolking te bedienen. De zogenaamde "blootsvoetse dokters" — semi-geschoolde gezondheidswerkers die zowel westerse als traditionele methoden toepasten — werden ingezet in het platteland om de basiszorg te verbeteren.

Tegelijkertijd kostte het bewind van Mao miljoenen mensen het leven. Het aantal slachtoffers van zijn regime wordt geschat tussen de 40 en 72 miljoen mensen — een getal dat nauwelijks te bevatten is. De politiek van Mao had ook verwoestende gevolgen voor de religieuze en culturele instellingen die nauw verweven waren met de traditionele geneeskunde, filosofie en levenswijsheid.

De landbouwhervormingen en de vernietiging van kloosters

Tussen 1950 en 1952 voerde de communistische regering ingrijpende landbouwhervormingen door. Het overgrote deel van de kloosters werd van zijn landerijen onteigend, waardoor monniken en geestelijken hun bestaansbron verloren. Velen werden gedwongen terug te keren naar de gewone samenleving. Formeel was religie toegestaan, maar uitsluitend zolang zij niet in strijd was met de overtuigingen van de Communistische Partij. In 1953 werd de Boeddhistische Vereniging van China opgericht — niet om het boeddhisme te beschermen, maar om het communistische beleid onder de monniken te verspreiden en hun activiteiten te controleren.

Dit had verstrekkende gevolgen voor de TCM. De kloosters en tempels waren immers eeuwenlang bewaarplaatsen geweest van kennis over kruiden, meditatie, Qi Gong en andere helende praktijken. Het verlies van deze instellingen betekende een breuk in de overdracht van traditionele kennis.

De Grote Sprong Voorwaarts: catastrofe en chaos

In 1959 lanceerde Mao Zedong de Grote Sprong Voorwaarts, een ambitieus economisch en sociaal vijfjarenplan dat China in één grote stap naar industriële en agrarische grootmacht moest transformeren. Collectivisering van de landbouw en massale industrialisatie stonden centraal. De werkelijkheid was echter een ander verhaal: het plan mislukte dramatisch. Misoogsten, wanbeheer en politieke druk om successen te rapporteren die er niet waren, leidden tot een van de grootste door mensen veroorzaakte hongersnoden in de geschiedenis. Het geschatte dodental ligt tussen de 20 en 43 miljoen mensen.

In deze periode van chaos en nood speelden traditionele geneeskundigen opnieuw een rol van betekenis. Bij gebrek aan voldoende westers medisch personeel en middelen waren gemeenschappen opnieuw aangewezen op kruidengeneeskunde, acupunctuur en andere traditionele behandelmethoden. Nood maakt vindingrijk — en in dit geval ook conservatief: de TCM overleefde mede doordat ze onmisbaar was.

De Culturele Revolutie: aanval op de oude cultuur

De meest verwoestende fase voor de TCM brak aan met de Culturele Revolutie, die in 1966 van start ging. Mao Zedong lanceerde deze campagne om zijn politieke positie te verstevigen na het debacle van de Grote Sprong Voorwaarts. De revolutie riep op tot de vernietiging van de "vier ouden": oude gewoonten, oude cultuur, oude gebruiken en oude ideeën. Dit trof de TCM in het hart.

Artsen, geleerden en intellectuelen werden als vijanden van de revolutie beschouwd. Velen werden naar werkkampen gestuurd, vernederd of erger. Boeken over traditionele geneeskunde werden verbrand, scholen gesloten en de kennisoverdracht van meester op leerling ruw onderbroken. De gehele bovenlaag van de bevolking moest lichamelijke arbeid verrichten op het platteland om "solidariteit met boeren en arbeiders" te leren. Miljoenen mensen die zich niet aan de maoïstische lijn hielden, werden gemarteld of vermoord. Het was een systematische aanval op alles wat eeuwenoud en cultureel waardevol was.

De dood van Mao en de opening naar een nieuwe toekomst

In 1976 stierf Mao Zedong. Na een politieke machtsstrijd wist Deng Xiaoping de controle over China te grijpen. Onder zijn leiderschap begon een voorzichtige liberalisering van de economie. China opende zich geleidelijk voor de buitenwereld en begon zijn weg te vinden als wereldwijde economische mogendheid. De levensstandaard verbeterde merkbaar voor grote delen van de bevolking.

Voor de TCM betekende deze nieuwe politieke wind een ommekeer. De overheid erkende opnieuw de waarde van de traditionele geneeskunde en investeerde in de institutionalisering ervan. Er werden universiteiten opgericht die TCM als volwaardige academische discipline aanboden. De integratie van TCM en westerse geneeskunde werd actief gestimuleerd — een model dat China tot op de dag van vandaag hanteert.

TCM in de moderne tijd: wereldwijde erkenning

Hoewel het eenpartijstelsel in China onverminderd van kracht blijft, heeft de TCM een opmerkelijke rehabilitatie doorgemaakt. Vandaag de dag is de Traditionele Chinese Geneeskunde niet alleen diep verankerd in het Chinese gezondheidssysteem, maar geniet zij ook wereldwijd groeiende erkenning. In 2019 nam de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) traditionele geneeskundepatronen op in haar internationale classificatiesysteem — een historische stap die decennia van inspanning van TCM-beoefenaars wereldwijd weerspiegelt.

De geschiedenis van de TCM in de Republiek China leert ons dat kennis veerkrachtig is. Zelfs onder de zwaarste politieke onderdrukking — landbouwhervormingen, de Grote Sprong Voorwaarts, de Culturele Revolutie — bleef de traditionele geneeskunde voortbestaan. Ze deed dat niet alleen omdat ze institutioneel werd gesteund, maar omdat ze wortelde in een diep menselijk verlangen naar genezing, harmonie en verbinding met de natuur. Die wortels zijn sterker dan elke revolutie.

Conclusie: lessen uit een bewogen eeuw

De twintigste eeuw was voor China een periode van ongekende omwentelingen, en de TCM werd daarin meegesleurd als een schip op een woelige zee. Van de hervormingspogingen bij het begin van de Republiek tot de verwoestingen van de Culturele Revolutie en de uiteindelijke renaissance onder Deng Xiaoping — de TCM heeft alles overleefd. Juist die overlevingskracht maakt haar tot een bijzonder onderwerp van studie. Voor studenten en beoefenaars van de TCM is het kennen van deze geschiedenis niet alleen academisch interessant: het geeft diepte aan de praktijk en verbindt het heden met een rijke, soms pijnlijke, maar altijd levende traditie.