← Terug naar kennisbank

De “cun” maten

De “cun” maten
Acupunctuurpunten en puntleer Puntlocatie

De cun-maat: de persoonlijke meetlat van de acupuncturист

In de westerse geneeskunde worden lichaamsmaten uitgedrukt in centimeters en millimeters — vaste eenheden die voor iedereen gelijk zijn. In de Traditionele Chinese Geneeskunde is de benadering fundamenteel anders: de cun is een persoonlijke maat, afgestemd op het lichaam van de individuele patiënt. Dit maakt de cun tot een van de elegantste en meest praktische uitvindingen van de Chinese medische traditie.

Wat is een cun?

De cun (Pinyin: cùn, uitgesproken als "tsun") is een traditionele Chinese lengtemaat die al meer dan tweeduizend jaar wordt gebruikt om de locatie van acupunctuurpunten te bepalen. Het bijzondere is dat een cun geen vaste lengte heeft — het varieert van persoon tot persoon. Eén cun is gelijk aan de breedte van de top van de duim van de patiënt, of aan de breedte van één vingerkootje. Twee vingers naast elkaar is anderhalve cun; vier vingers naast elkaar is drie cun.

Dit relatieve meetsysteem is precies wat het zo bruikbaar maakt. Een grote persoon van 1.90m heeft langere armen en benen dan iemand van 1.60m — en dus ook grotere cun-waarden. Maar de verhoudingen binnen het lichaam blijven gelijk: de afstand tussen de knieschijf en de enkel is bij beide personen 16 cun, de afstand tussen elleboog- en polsplooi is altijd 12 cun. De cun past zich aan het lichaam aan in plaats van andersom.

Vaste cun-waarden op het lichaam

Hoewel de absolute lengte van een cun varieert, zijn de verhoudingen binnen het lichaam vastgelegd. Enkele veelgebruikte referentieafstanden: de afstand van de knieschijf naar de enkel is 16 cun; van de elleboogplooi naar de polsplooi is 12 cun; van de navel naar het schaambeen is 5 cun; de nek is 9 cun; het gebied tussen de hoeken van het voorhoofd is 9 cun. Met deze vaste verhoudingen kan de acupuncturист elk punt op elk lichaam nauwkeurig lokaliseren.

Hoe meet je in cun?

In de praktijk gebruikt de acupuncturист zijn eigen vingers als meetinstrument — maar afgestemd op de afmetingen van de patiënt, niet op zijn eigen handen. Voor de meeste klinische toepassingen gebruikt men drie methoden: de duimbreedte voor één cun, de breedte van de wijs- en middelvinger samen voor anderhalve cun, en de breedte van vier vingers naast elkaar voor drie cun. Het is essentieel dat de acupuncturист de cun-verhoudingen van het te behandelen lichaam in zijn vingers heeft — letterlijk en figuurlijk.

Praktisch belang

Voor de student acupunctuur is het beheersen van de cun-maten een fundamentele vaardigheid die vroeg in de opleiding moet worden geoefend. Elk acupunctuurpunt wordt beschreven in termen van zijn afstand tot anatomische oriëntatiepunten (botten, gewrichten, plooien) in cun. Wie de cun-maten beheerst, kan elk punt op elk lichaam betrouwbaar lokaliseren — ongeacht de lichaamslengte of -bouw van de patiënt.