← Terug naar kennisbank

Qi punten vinden

Qi punten vinden
Acupunctuurpunten en puntleer Puntlocatie

Qi punten vinden: anatomie, cun en de kunst van het lokaliseren

Het vinden van acupunctuurpunten is een fundamentele praktische vaardigheid voor elke TCM-beoefenaar. Het is niet genoeg om de naam en de functie van een punt te kennen — men moet het ook betrouwbaar kunnen lokaliseren op het lichaam van een levende patiënt, die varieert in lengte, bouw en spiermassa. De TCM heeft hiervoor een elegante methode ontwikkeld die anatomische oriëntatiepunten combineert met de persoonlijke cun-maat.

Oriëntatiepunten als ankers

Elk acupunctuurpunt wordt gedefinieerd ten opzichte van specifieke anatomische oriëntatiepunten: botten, gewrichten, pezen, plooien en andere herkenbare structuren op het lichaam. Deze oriëntatiepunten zijn voor iedereen herkenbaar en vormen de vaste ankerpunten van de puntlocatie. De knieschijf, de navel, het sleutelbeen, de okselplooi, de enkel, de elleboogplooi — dit zijn de bouwstenen van het locatiesysteem.

Vanuit deze oriëntatiepunten wordt de afstand tot het acupunctuurpunt uitgedrukt in cun — de persoonlijke lengtemaat van de patiënt. Zo is Maag 36 (Zusanli) gelegen drie cun onder de onderkant van de knieschijf en één cun lateraal van de tibiakam. Lever 3 (Taichong) bevindt zich in de holte tussen de eerste en tweede middenvoetsbeentjes. Door de combinatie van oriëntatiepunt en cun-afstand kan elk punt betrouwbaar worden gelokaliseerd.

Het tactiele signaal: zacht en responsief

Naast de anatomische locatie biedt het lichaam zelf een tactiel signaal dat de practitioner helpt het juiste punt te bevestigen. Qi-punten voelen in het algemeen iets zachter aan dan de omliggende weefsels — ook wanneer de Qi-stroom in balans is. Dit zachte, enigszins holle gevoel is het eerste teken dat men het juiste punt heeft gevonden. Wanneer het punt wordt ingedrukt, kan men bovendien het specifieke De Qi-gevoel opmerken: een zekere gevoeligheid, uitstraling of een licht tintelen dat verschilt van de omgeving.

Oefenen: de enige weg naar betrouwbaarheid

Kennis van de anatomie en de cun-maten is noodzakelijk maar niet voldoende. Punten vinden wordt pas betrouwbaar door herhaalde oefening — op zichzelf én op anderen. Elk lichaam is anders: spiertonus, vetweefsel, lichaamsbouw en anatomische variaties maken dat de locatie van een punt nooit precies hetzelfde aanvoelt. Wie heeft geoefend op tientallen verschillende lichamen, ontwikkelt een gevoel voor de subtiele consistentie in de variatie — en kan ook op een onbekend lichaam snel en betrouwbaar een punt lokaliseren.

Voor studenten die beginnen met Tui Na of acupunctuur is het sterk aan te raden eerst uitgebreid te oefenen met het vinden van punten — op zichzelf, op medestudenten, op vrienden en familieleden — voordat men begint met het behandelen van patiënten. Betrouwbare puntlocatie is de basis waarop elke effectieve TCM-behandeling rust.